[
Vakmanschap en de kunst van het verdragen
Over spanningsvermogen en innerlijke volwassenheid in coaching
Sonja Rhemrev Coaching
Volledige neutraliteit bestaat niet
Coaching wordt vaak beschreven als een ruimte voor de ander. Een plek waar de cliënt onderzoekt, reflecteert en groeit. Maar de coach is nooit afwezig in die ruimte.
In zuivere coaching komt de cliënt met een vraag, kiest richting en draagt regie over het eigen leerproces. Toch geeft iedere coach, hoe zorgvuldig of terughoudend ook, mede vorm aan wat er ontstaat in het coachproces. In tempo en toon, in wat wordt uitgediept en wat blijft liggen. In wat wordt bekrachtigd en wat subtiel wordt genormaliseerd. Volledige neutraliteit bestaat niet. En misschien hoeft dat ook niet.
De vraag is niet of een coach invloed heeft, maar in hoeverre hij in staat is die invloed te herkennen en te verdragen. Hoe bewust de coach zich verhoudt tot het eigen aandeel in het coachproces.
Reflectie op handelen versus op het Zelf
Veel coaches reflecteren op hun handelen: wat werkte goed, wat had anders gekund, welke interventie sloot aan bij de cliënt? Dat is waardevol. Maar vaak blijft deze reflectie beperkt tot observeerbaar gedrag.
Een wezenlijker vraag is: wat gebeurde er in mij, op het moment dat ik deed wat ik deed? Veel coaches kijken wel naar zichzelf, maar het systematisch onderzoeken van innerlijke bewegingen, gedachten, emoties, neigingen, en het effect daarvan op het proces, krijgt niet altijd dezelfde aandacht.
In supervisie richt het gesprek zich gemakkelijk op de dynamiek van de cliënt, terwijl de innerlijke beweging van de coach buiten beeld blijft: irritatie, beschermingsdrang, versnelling, ongeduld, de behoefte om te begrijpen of juist te sussen. Wanneer deze reacties niet diepgaand worden onderzocht, kan het proces subtiel verschuiven. Niet door verkeerde intenties, maar doordat de binnenwereld van de coach ongemerkt meebeweegt en richting geeft.
Het vermogen om dit eigen aandeel te herkennen en te verdragen vraagt een extra stap in reflectie. Het gaat niet alleen om wat je doet, maar om van waaruit je het doet. Dat vraagt niet alleen inzicht, maar ook het vermogen innerlijke spanning te verdragen. Pas wanneer die bewegingen worden gezien en erkend, ontstaat ruimte om je eigen invloed bewust te hanteren.
Bewustzijn en containment
Wat een coach inbrengt, in woorden, in stilte, in houding, werkt door in het verloop van het gesprek. Een vraag kan verdiepen of begrenzen. Een stilte kan ruimte openen of spanning vergroten. Een accent in toon kan bekrachtigen of juist relativeren. Ook wanneer de intentie zorgvuldig is, werken innerlijke bewegingen van de coach door in tempo, focus en diepgang. Irritatie kan versnellen. Harmoniebehoefte kan ervoor zorgen dat de coach niet voldoende uitdaagt. Een sterke waardering voor autonomie kan twijfel onderbelicht laten. Dit zijn geen fouten. Het zijn menselijke bewegingen.
Professionele volwassenheid betekent niet dat deze bewegingen verdwijnen. Het betekent dat je ze leert herkennen en hanteren. Hier komt containment in beeld. Containment betekent niet dat de coach controle uitoefent over de cliënt, maar dat de coach zichzelf reguleert. Het is het vermogen om impulsen, emoties en aannames bij jezelf te zien, te verdragen en te reguleren voordat ze het coachproces onbewust sturen.
Juist daar ligt de moeilijkheid. Verdragen is misschien wel het moeilijkste deel van het vak. Het betekent aanwezig blijven bij je eigen innerlijke beroering, zonder die te projecteren op de ander of te ontladen in een interventie. Het betekent dat je irritatie, onzekerheid of betrokkenheid niet onmiddellijk omzet in actie. Dat je de neiging om te sturen, te beschermen of te sussen kunt opmerken en toch besluit om even niets te doen, terwijl je volledig in contact blijft met je cliënt.
Containment vraagt spanningsvermogen: het kunnen blijven bij wat schuurt, zonder het proces te forceren in de richting van je eigen behoefte aan duidelijkheid, harmonie of controle. Die terughoudendheid is geen passiviteit, maar een vorm van professionele kracht.
Containment creëert ruimte. Ruimte om te vertragen wanneer je wilt versnellen. Ruimte om ongemak te laten bestaan. Ruimte om interventies bewust af te stemmen op wat de cliënt werkelijk nodig heeft. Hoe meer een coach zichzelf kent en zijn eigen innerlijke bewegingen kan verdragen, hoe groter de vrijheid om het proces met heldere aanwezigheid en precisie te begeleiden.
Relationele dynamiek: overdracht, tegenoverdracht en schaduwwerk
Deze bewustwording van de eigen binnenwereld kan verder verdiepen wanneer coaches stilstaan bij overdracht, tegenoverdracht en schaduwwerk.
Overdracht verwijst naar het onbewuste proces waarbij de cliënt gevoelens, verwachtingen, behoeften of patronen uit eerdere relaties projecteert op de coach. Tegenoverdracht is de reactie van de coach daarop, wat de coach voelt of veronderstelt over de cliënt, bewust of onbewust. De verhalen van cliënten raken aan eigen geschiedenis, eigen thema’s en onverwerkte ervaringen. Irritatie, sterke betrokkenheid, beschermingsdrang of juist afstand kunnen signalen zijn van tegenoverdracht. De innerlijke reactie van de coach op wat in het contact wordt opgeroepen.
Deze dynamiek is geen verstoring van het proces, het is het relationele veld waarin ontwikkeling plaatsvindt. Maar wat niet wordt herkend, kan het proces onbewust gaan sturen. Juist daarom vraagt professioneel handelen om het vermogen deze bewegingen waar te nemen, te verdragen en te onderzoeken.
Schaduwwerk omvat de aspecten van de eigen persoonlijkheid die we liever niet onder ogen zien, maar die in contact met de ander zichtbaar kunnen worden. Wat in de coach zelf onvoldoende is geïntegreerd, zoals afgewezen delen, kwetsbaarheden, niet-geleefde verlangens, wordt in de dynamiek met de cliënt sneller geactiveerd. Wat in onszelf buiten beeld blijft, herkennen we vaak scherper in de ander. Zonder bewustzijn kan dit leiden tot overidentificatie, vermijding of subtiele normering. Met bewustzijn wordt het informatie: een ingang tot dieper begrip van zowel de cliënt als van onszelf.
Door deze processen te onderzoeken en te erkennen, kan de coach subtiele sturing bewuster hanteren en zich met grotere innerlijke helderheid in het proces bewegen. Het vraagt om een grondige verkenning van de eigen innerlijke dynamiek en de bereidheid te onderzoeken hoe deze de richting en diepgang van het coachproces mede bepalen.
Integratie als vakmanschap
Uiteindelijk wordt de kwaliteit van coaching niet bepaald door methodiek, modellen of interventies. Kwaliteit wordt bepaald door de mate waarin de coach zichzelf heeft leren kennen en die kennis kan verdragen in het contact met de ander. Professionele volwassenheid betekent niet dat persoonlijke thema’s verdwijnen, maar dat zij minder onbewust het proces sturen. Niet dat overdracht en tegenoverdracht ophouden te bestaan, maar dat zij kunnen worden herkend en geïntegreerd. Niet dat invloed verdwijnt, maar dat het bewuster wordt gehanteerd.
Juist omdat de coach zelf het belangrijkste instrument is, vraagt dit werk voortdurende zelfreflectie. Niet om perfectie te bereiken, maar om aanwezig te kunnen zijn met bewuste invloed, in dienst van het proces van de ander.
Dit vak vraagt niet om neutraliteit of zuiverheid, maar om integratie. Om het vermogen de eigen geschiedenis mee te nemen zonder deze op de voorgrond te plaatsen. Om aanwezig te zijn met alles wat je bent en toch ruimte te laten voor wat van de ander is. Daar, in die innerlijke ruimte, ontstaat werkelijk professioneel vakmanschap.
Sonja