[
Wat maakt coaching presence mogelijk?
Over mensbeeld, coaching attitude, en onderscheidingsvermogen
Sonja Rhemrev Coaching
Inleiding
In coaching gaat veel aandacht uit naar gebruikte methodieken, modellen en interventies. In de professionele ontwikkeling van coaches verschuift die aandacht echter steeds meer naar de manier waarop een coach aanwezig is in het gesprek. Onderzoek naar coaching laat zien dat de kwaliteit van de werkrelatie tussen coach en cliënt samenhangt met de uitkomsten van coaching. (1) Het begrip coaching presence wordt vaak gebruikt om de kwaliteit van de aanwezigheid van de coach in die relatie te beschrijven. Maar wat verstaan we precies onder coaching presence, en wat maakt het mogelijk om deze kwaliteit van aanwezigheid te ontwikkelen?
Coaching presence gaat over het vermogen om werkelijk aanwezig te zijn in het contact. Om afgestemd te luisteren, aandachtig waar te nemen en ruimte te houden voor wat zich in het gesprek laat zien. Zonder dit direct betekenis te geven, in te vullen of vast te leggen. Coaching presence gaat over een staat van zijn, waarmee de coach een vrije ruimte creëert waarin de cliënt aanwezig kan zijn.
Coaching presence laat zich moeilijk afdwingen. Het ontstaat niet vanzelf op het moment dat een coachgesprek begint. Daarmee lijkt coaching presence niet alleen samen te hangen met wat een coach doet, maar ook met wat daaraan voorafgaat. In mijn ervaring raakt dit aan meerdere lagen die in de praktijk moeilijk los van elkaar te zien zijn. Aan het mensbeeld van waaruit een coach werkt. Aan de coaching attitude die richting geeft aan aanwezigheid. En aan de vaardigheden die helpen om zorgvuldig waar te nemen.
Uniciteit als mensbeeld
Wanneer coaching presence gaat over ruimte houden voor wat zich aandient, vraagt dat ook iets van hoe een coach naar mensen kijkt. Voor mij begint dit bij het uitgangspunt dat ieder mens uniek is. Niet alleen in algemene zin, maar heel concreet in het gesprek. Dat wat zichtbaar wordt krijgt betekenis binnen het leven van die persoon.
Daardoor weet ik niet vooraf hoe iets voor de ander is. Ik kan waarnemen, hypotheses vormen en patronen herkennen. Maar betekenis ontstaat uiteindelijk in onderzoek. Dat vraagt verwondering. Niet als techniek, maar als bereidheid om het niet te weten. Om open te blijven onderzoeken hoe dit voor deze unieke persoon is en om niet te denken dat ik het al begrijp of gezien heb.
Uitgaan van uniciteit klinkt misschien als een uitgangspunt over de ander. In de praktijk vraagt het vooral iets van de coach. Want wanneer ik werkelijk erken dat ik niet vooraf weet hoe iets voor de ander is, vraagt dat iets van de manier waarop ik aanwezig ben in het gesprek. Het vraagt om bescheidenheid in wat ik denk te weten en terughoudendheid in invullen. Het vraagt dat ik mijn waarnemingen serieus neem zonder ze direct als waarheid te behandelen. Dat ik interpretaties opmerk zonder ze richting te laten geven. En dat ik bereid blijf om opnieuw te kijken.
Daar begint coaching attitude. Niet als techniek, maar als innerlijke houding die helpt om ruimte te houden voor de werkelijkheid van de ander.
Over coaching attitude
Tijdens coaching wordt voortdurend betekenis gevormd. De coach neemt waar en er volgen associaties, er ontstaan gedachten, hypotheses, herkenning en soms ook oordelen. Dat is niet iets wat vermeden hoeft te worden of kan worden. Het is onderdeel van mens zijn.
Coaching attitude gaat niet over het voorkomen van deze innerlijke processen, maar over de manier waarop ermee wordt omgegaan. Het vraagt om het vermogen waar te nemen wat er in jezelf gebeurt zonder dat dit direct richting geeft aan het gesprek. Om gedachten niet direct te hoeven volgen. Om eigen ervaringen niet meteen als referentie te gebruiken. Om opkomende behoeften niet leidend te laten worden.
Dat vraagt bewustzijn van het eigen proces en de bereidheid om daar steeds opnieuw op te reflecteren. Niet om vrij te worden van associaties, herkenning of oordeel, maar om er meer vrijheid in te ontwikkelen. Zodat wat in de coach ontstaat minder bepaalt waar aandacht naartoe gaat.
Daardoor kan er ook iets veranderen in de mate waarin een coach van binnen geactiveerd raakt. Eigen ervaringen of behoeften verdwijnen niet, maar ze komen minder snel op de voorgrond en vragen minder vanzelfsprekend om opvolging. Dan ontstaat meer innerlijke vrijheid en meer ruimte om aanwezig te blijven bij wat zich bij de cliënt laat zien.
Voor mij gaat coaching attitude uiteindelijk over het vergroten van die innerlijke ruimte. Niet de afwezigheid van eigen reacties, maar de vrijheid om je bewust te blijven van wat er in jezelf gebeurt zonder daar direct iets mee te hoeven doen. Vanuit die innerlijke ruimte kan coaching presence ontstaan: een kwaliteit van aanwezigheid waarin ruimte ontstaat om samen te onderzoeken wat voor de cliënt betekenis heeft.
Deze gedachte raakt aan het werk van Carl Rogers, voor wie de kwaliteit van de ontmoeting zelf een belangrijke voorwaarde is voor verandering. Niet een techniek of interventie staat daarbij centraal, maar de aanwezigheid van de coach in de relatie.
Omgaan met oordelen
Oordelen spelen in coaching niet altijd dezelfde rol. Sommige ontstaan vanuit wat een coach waarneemt in het gesprek. Andere ontstaan meer vanuit de manier waarop een coach zelf naar mensen, ontwikkeling en verandering kijkt. Coaching attitude vraagt om bewustzijn op het verschil tussen beide.
Sommige oordelen ontstaan door wat een coach waarneemt in het gesprek. Er ontstaat bijvoorbeeld een indruk van terughoudendheid, strengheid of spanning bij de cliënt. Zulke indrukken of oordelen hoeven niet direct te worden losgelaten. Ze kunnen juist waardevolle informatie bevatten. Niet als waarheid over de cliënt, maar als ingang voor verder onderzoek. Wat ik opmerk kan worden teruggegeven, bevraagd of gespiegeld. Niet om te bepalen wat waar is, maar om samen te onderzoeken of de cliënt zichzelf daarin herkent.
Andere oordelen ontstaan minder vanuit wat zich in het gesprek laat zien en meer vanuit de manier waarop een coach zelf naar mensen en ontwikkeling kijkt. Vanuit een eigen visie op het leven, eigen ideeën over wat wenselijk is of wat groei betekent. Over wanneer iemand moedig is, verantwoordelijkheid neemt of juist te veel vermijdt. Deze overtuigingen zijn niet verkeerd en waarschijnlijk ook niet te vermijden. Maar ze vragen wel iets anders. Deze oordelen zeggen in de eerste plaats iets over de coach zelf.
Voor mij horen deze oordelen minder thuis in het onderzoek van de cliënt en meer in het bewustzijn van de coach. Niet omdat ze geen invloed hebben, maar juist omdat ze dat wel hebben. Hoe minder zichtbaar deze voorkeuren zijn voor de coach zelf, hoe groter de kans dat ze ongemerkt richting gaan geven aan het gesprek. Verantwoordelijkheid nemen voor die invloed, vraagt om het blijvend onderzoeken van eigen waarden en overtuigingen, thematiek en patronen.
Werken aan je coaching attitude gaat over die voortdurende beoefening. Het vergroten van het zelfbewustzijn van de coach en het zorgvuldig onderscheiden wat zichtbaar wordt in het gesprek, wat in mij ontstaat en wat werkelijk van betekenis is voor de ander.
Zorgvuldig leren waarnemen
Wanneer coaching presence samenhangt met mensbeeld en coaching attitude, betekent dat niet dat vaardigheden minder belangrijk worden. Een open houding of een bewust gekozen terughoudendheid krijgt pas betekenis wanneer een coach deze ook vorm kan geven in het gesprek.
Dit vraagt van de coach zorgvuldig leren waarnemen en het ontwikkelen van onderscheidingsvermogen. Preciezer leren onderscheiden wat feitelijk zichtbaar wordt en wat ik daaraan toevoeg. Onderscheiden wat iemand zegt en wat ik denk dat ermee bedoeld wordt. Onderscheid maken tussen observatie, interpretatie en het geven van betekenis.
Dat onderscheid klinkt eenvoudig, maar vraagt oefening. Want waarnemen en invullen lopen voortdurend in elkaar over. Soms ontstaat betekenis in de coach al voordat iemand uitgesproken is. Juist daarom vraagt zorgvuldig waarnemen om vertraging. Om ruimte te creëren tussen wat ik opmerk en wat ik ervan maak. Dan wordt het mogelijk om opnieuw te kijken: wat zie ik werkelijk bij de cliënt? Wat ontstaat in het contact? Wat zegt iets over mijzelf?
Hoe helderder dat onderscheid wordt, hoe meer ruimte ontstaat om waar te nemen zonder direct te interpreteren, analyseren of betekenis vast te leggen. Dan ontstaat er een werkelijk onderzoekende houding waarmee de coach de cliënt tegemoet kan treden.
De waarde van coaching presence
Wanneer mensbeeld, coaching attitude en vaardigheden samenkomen, ontstaat er meer ruimte voor de cliënt in het coachgesprek. De coach handelt niet vanuit de behoefte om te begrijpen, te helpen of richting te geven. En ook niet vanuit ideeën over wat goed, gezond of wenselijk is. Maar vanuit wat zichtbaar wordt bij de cliënt en in de dynamiek van het gesprek.
Daardoor kan een interventie preciezer worden en meer afgestemd op de cliënt. Een spiegel zonder oordeel. Een vraag die iets opent in plaats van invult. Een observatie die uitnodigt tot onderzoek. Een uitdaging die aansluit bij wat de cliënt zelf laat zien, zegt of belangrijk vindt. Wanneer die ruimte ontstaat ervaart de cliënt iets anders.
De cliënt hoeft zich minder te verhouden tot de betekenis van de coach en er ontstaat meer ruimte om eigen ervaringen te onderzoeken. Om gedachten af te maken. Om woorden te vinden voor iets dat nog niet helder was. Om stil te staan bij wat vanzelfsprekend leek. Om te ontdekken wat werkelijk belangrijk is voor de cliënt zelf. De cliënt kan doordringen tot de diepere lagen van zichzelf en daar de eigen antwoorden vinden.
Wanneer die ruimte ontstaat, gebeurt er iets opmerkelijks. Niet omdat de coach de juiste vraag stelt of de juiste interventie kiest. Maar omdat de cliënt zichzelf op een nieuwe manier ontmoet. Alsof er betekenis zichtbaar wordt die daarvoor nog geen woorden had. Juist in die vrije ruimte kan iets ontstaan wat zich niet laat afdwingen. Een inzicht. Een verschuiving. Een nieuw verstaan van jezelf. Niet omdat de coach dat veroorzaakt, maar omdat de ontmoeting daar ruimte voor maakt.
In een werkelijk open ontmoeting kan iets ontstaan wat geen van beiden vooraf kon bedenken. In het werk van Martin Buber herken ik iets van die gedachte: dat de ontmoeting zelf scheppend kan zijn en iets nieuws tevoorschijn kan brengen. Misschien is dat wel wat mij het meest blijft fascineren aan coaching: dat je niet hoeft te weten wat er gaat ontstaan om aanwezig te kunnen zijn bij iets wat zich ontvouwt.
Sonja
(1) Graßmann, Schölmerich & Schermuly, 2020