Skip links

[

Wat er gebeurt wanneer een cliënt jou raakt

Over overdracht, tegenoverdracht en de verborgen dynamiek in jouw coaching

Sonja Rhemrev Coaching

Soms is er een cliënt die meer met je doet dan anderen. Je merkt dat je meer betrokken raakt, of juist geïrriteerd. Misschien ga je harder werken dan normaal, of voel je de neiging om de cliënt te beschermen. Je merkt dat je anders in het gesprek zit dan je gewend bent.

Op zulke momenten lijkt het al snel alsof er vooral iets bij de cliënt speelt. Maar vaak gebeurt er juist iets in de relatie tussen cliënt en coach. Dat relationele veld wordt in de psychologie vaak beschreven als overdracht en tegenoverdracht.

Overdracht is wanneer een cliënt onbewust gevoelens, verwachtingen of ervaringen uit eerdere relaties meeneemt in het contact met jou als coach. In jou kan daarbij ook iets geraakt of geactiveerd worden als reactie daarop, dan spreken we van tegenoverdracht.

Over overdracht als relationeel gegeven

Overdracht is geen verstoring van het coachproces. Het is een menselijk mechanisme dat in elke betekenisvolle relatie een rol speelt. We stappen nooit blanco een relatie in. In contact neem je ervaringen mee uit eerdere relaties, vaak uit het gezin waarin je bent opgegroeid of uit andere relaties die betekenisvol waren. Meestal gebeurt dit zonder dat je je daar bewust van bent. Dit speelt in privérelaties, in werkrelaties en ook in coaching.

In de specifieke dynamiek van de coachrelatie krijgt dit een eigen intensiteit. Aan de ene kant is er gelijkwaardigheid, twee volwassen mensen in gesprek, ieder vanuit eigen verantwoordelijkheid en autonomie. Tegelijkertijd is er ook verschil. De één komt met een vraag, de ander begeleidt. Die asymmetrie doet iets in de relatie. Jij als coach krijgt al snel meer gewicht in de beleving van de cliënt. Niet door wat er wordt gezegd, maar door de positie die je inneemt. Wanneer iemand richting geeft of begeleidt, krijgt dat al snel meer betekenis.

De cliënt komt bovendien met onzekerheid, twijfel of een verlangen naar ontwikkeling. Juist daarin kan de ander belangrijker worden. Daardoor worden eerdere relationele patronen sneller geactiveerd. Door de asymmetrie in de relatie wordt overdracht in de coachrelatie dus versterkt.

Het gevolg is dat jij als coach meer invloed krijgt in deze dynamiek. Wanneer je in de beleving van de cliënt meer gewicht krijgt, hebben je woorden en interventies vaak meer impact. Wat je zegt of doet komt sterker binnen en werkt door in het contact. Daarom is het van belang dat je je bewust blijft van deze invloed.

Hoe overdracht zich laat zien bij de cliënt

Hoe herken je als coach dat overdracht een rol speelt in het contact? Vaak wordt dit zichtbaar in de manier waarop de cliënt zich verhoudt tot jou en tot het gesprek zelf. Soms is er vanaf het begin een bepaalde lading voelbaar. De cliënt reageert sterker op interventies dan je op basis van de situatie zou verwachten, zoekt opvallend veel bevestiging of houdt juist afstand. Ook kan de emotionele intensiteit hoger zijn dan de concrete aanleiding lijkt te rechtvaardigen.

Er zijn veel verschillende aanwijzingen die kunnen wijzen op overdracht. Het is geen vast patroon dat zich op één manier laat aflezen. Het gaat eerder om een verzameling subtiele signalen in het contact die samen iets zichtbaar maken. Het gesprek krijgt een eigen kleur die niet alleen wordt bepaald door wat er in het hier en nu gebeurt, maar ook door wat jij in de beleving van de cliënt vertegenwoordigt. In die beleving wordt zichtbaar dat er meer meespeelt dan alleen de actuele interactie.

Het herkennen van overdracht vraagt vervolgens iets van jou in het moment zelf. Het is niet alleen een kwestie van zien dat er meer meespeelt, maar ook van stil kunnen staan bij wat dit bij jezelf oproept. Wat raakt dit gesprek in jou? Waar merk je een neiging om te sturen, te versnellen, te bevestigen of juist afstand te nemen? Door deze innerlijke bewegingen niet direct te volgen, maar eerst waar te nemen, ontstaat er ruimte. Ruimte om niet automatisch mee te bewegen met de dynamiek van de cliënt, maar bewust te blijven in het contact. In die ruimte kun je je verhouden tot wat er gebeurt, zonder er onbewust door gestuurd te worden.

Wanneer je deze innerlijke bewegingen kunt waarnemen zonder er direct in mee te gaan, blijft er ruimte om bewust te handelen in het contact. In dat geval kan overdracht in het gesprek worden gezien en benut als informatie over wat er bij de cliënt speelt, zonder dat je zelf onbewust in een reactiepatroon terechtkomt. Lukt dat minder, dan is de kans groter dat je zelf onderdeel wordt van de dynamiek en vanuit eigen reacties gaat sturen. Het vermogen om dit verschil te herkennen vormt de basis voor het zorgvuldig omgaan met overdracht in het verdere verloop van het gesprek.

Wanneer je dit kunt, wordt het mogelijk om met overdracht te werken als een rijk instrument voor inzicht en ontwikkeling, in plaats van dat het gesprek onbewust gestuurd wordt door persoonlijke reacties.

Werken met overdracht

Wanneer overdracht zichtbaar wordt in het contact, is het belangrijk om dit niet alleen te beschouwen als iets dat zich ‘hier en nu’ afspeelt, maar ook als een uitdrukking van bredere relationele patronen van de cliënt. Hoe iemand zich verhoudt tot jou als coach is zelden uniek voor dat ene gesprek. Vaak is het een manier van reageren die ook in andere relaties in het leven van de cliënt aanwezig is, in een andere vorm of intensiteit. In die zin fungeert de coachrelatie als een soort spiegel waarin bestaande patronen zich opnieuw laten zien. De coachvraag zelf staat daar meestal niet los van, maar is er direct of zijdelings mee verbonden.

Vanuit een psychodynamisch en Jungiaans perspectief kan overdracht worden gezien als iets dat niet alleen zichtbaar maakt wat er speelt, maar juist een ingang biedt tot zelfkennis. Wat zich in de relatie ontvouwt, zegt iets over hoe iemand gewend is zich te verhouden tot anderen, tot zichzelf en tot bepaalde thema’s in het leven. Overdracht is daarmee niet alleen iets om te herkennen, maar ook iets om te benutten als bron van inzicht en ontwikkeling.

In het werken met overdracht begint dit met het zorgvuldig benoemen van wat je waarneemt in het contact. Dit kan betekenen dat je teruggeeft wat je ziet of ervaart in het hier en nu, zonder direct te interpreteren of te duiden. Door te spiegelen wat zich in het gesprek afspeelt, krijgt de cliënt de gelegenheid om eigen patronen te herkennen. Daarbij is het van belang niet alleen op de inhoud van de coachvraag in te gaan, maar ook juist de dynamiek in de interactie zelf bespreekbaar te maken.

Daarnaast speelt jouw innerlijke ervaring als coach een belangrijke rol. Wat een cliënt bij jou oproept, kan worden gebruikt als informatie over de relatie. Vaak is wat jij als coach ervaart in de interactie, vergelijkbaar met hoe de cliënt zich ook in andere relaties verhoudt. Zonder dit persoonlijk te maken in de zin van ‘het ligt aan jou als coach’, kan het effect dat een cliënt op je heeft worden ingebracht in het gesprek, bijvoorbeeld als observatie of vraag. Dit maakt impliciete dynamieken expliciet en opent vaak een verdiepend perspectief. Van daaruit kan worden onderzocht hoe dit patroon ook buiten het coachgesprek terugkomt. Door deze verbinding te leggen tussen het hier en nu en het bredere leven van de cliënt, ontstaat er meer samenhang en bewustzijn.

Afhankelijk van de mate van bewustzijn bij de cliënt kan het werken met overdracht verschillende vormen aannemen. Soms gaat het om het simpelweg herkennen dat een bepaald patroon zich voordoet in het hier en nu. In andere gevallen, wanneer de cliënt meer inzicht heeft in eigen patronen, kan worden verkend hoe dit patroon in de coachrelatie anders ervaren of benaderd kan worden. In sommige situaties is het mogelijk om in het moment zelf kleine verschuivingen te faciliteren, bijvoorbeeld door het patroon te benoemen en de cliënt uit te nodigen om er op een andere manier bij stil te staan of mee te experimenteren.

Ook kun je uitnodigen tot reflectie op de functie die dit patroon voor de cliënt heeft. Wat levert het op om zich op deze manier te verhouden? Wat wordt er vermeden, beschermd of juist nagestreefd?

Werken met overdracht vraagt daarmee niet om het oplossen van het patroon, maar om het vergroten van bewustzijn. Het gesprek wordt een ruimte waarin patronen zichtbaar, bespreekbaar en begrijpelijk worden. Niet als iets dat gecorrigeerd moet worden, maar als iets dat de cliënt helpt om zichzelf beter te leren kennen en met meer vrijheid te kunnen bewegen in relaties, in het werk en in het leven.

Wanneer je als coach in tegenoverdracht komt

Ook coaches zijn mensen en dus raakbaar. Gelukkig maar! Je binnenwereld is geen leeg veld, ook jij neemt je eigen verhaal, patronen en gevoeligheden mee in de coachrelatie. Wat de cliënt inbrengt, kan iets in jou raken of activeren. De mate waarin dat gebeurt, hangt vaak samen met hoe jouw eigen thematiek raakt aan wat zich in het contact afspeelt. Niet elke cliënt raakt je evenveel. Soms wordt er iets aangeraakt dat al in jou leeft, waardoor het lastiger wordt om uit de tegenoverdracht te blijven. Tegelijkertijd kan de overdracht van de cliënt zo sterk zijn dat je als coach in een dynamiek wordt meegetrokken, ook wanneer het niet direct aan een persoonlijk thema raakt.

Wanneer jij als coach in tegenoverdracht komt, verschuift het vertrekpunt van waaruit je handelt. Je interne reactie, zoals irritatie, de behoefte om te helpen, onzekerheid of juist afstand, begint het contact mede te bepalen. Bijvoorbeeld doordat je sneller gaat adviseren, meer vragen stelt dan nodig, stiltes gaat vermijden of het gesprek probeert te versnellen. Vaak gebeurt dit zonder dat dit direct wordt opgemerkt. Je interventies worden dan niet alleen ingegeven door wat op dat moment passend is voor het ontwikkelingsproces van de cliënt, maar ook door wat in jezelf is geactiveerd. Je aandacht beweegt zich subtiel van de cliënt naar je eigen innerlijk, waardoor de afstemming op de ander minder zuiver wordt. In die situatie wordt het lastiger om werkelijk aanwezig te blijven bij wat zich in het hier en nu tussen jou en de cliënt afspeelt.

Wat daarmee onder druk komt te staan, is wat vaak wordt aangeduid als ‘coaching presence’. Dit is een vorm van aandachtige, open en niet-gestuurde aanwezigheid waarin je beschikbaar bent voor wat zich ontvouwt, zonder dat eigen reacties het contact overheersen. Coaching presence betekent niet dat je leeg of neutraal bent in een absolute zin, maar wel dat er innerlijke ruimte is waarin waarneming en respons niet direct worden overgenomen door persoonlijke impulsen. Wanneer tegenoverdracht onbewust blijft, wordt deze ruimte kleiner. Je bent dan wel aanwezig, maar minder vrij. Minder in staat om bewust te kiezen wat passend is in het moment.

Het gevolg is dat je interventies minder direct voortkomen uit het proces van de cliënt en meer uit wat in jou is geactiveerd. Daarmee verschuift de richting van het gesprek, soms subtiel, soms duidelijker, en ontstaat er een vorm van sturing die niet bewust wordt herkend maar wel merkbaar doorwerkt in de interactie.

Wanneer tegenoverdracht onbewust het proces gaat sturen, heeft dit merkbare gevolgen voor de ontwikkeling van de cliënt. Bestaande patronen worden sneller bevestigd in plaats van doorbroken. De cliënt krijgt in het contact opnieuw vertrouwde reacties terug en leert daardoor minder iets nieuws over zichzelf of over andere manieren van omgaan met situaties. Het systeem blijft als het ware stabiel, omdat de spanning die nodig is voor ontwikkeling wordt afgevlakt. Dit kan gebeuren doordat je als coach te snel meegaat in het tempo van de cliënt, vragen vermijdt die verdieping zouden brengen, of eerder kiest voor geruststellen, oplossen of verklaren dan voor het openhouden van onderzoek.

In dat meebewegen verschuift ook de dynamiek in de relatie. De verantwoordelijkheid voor het proces kan subtiel meer bij jou als coach komen te liggen, terwijl het eigenaarschap bij de cliënt afneemt. Daarnaast kan de relatie zelf minder helder worden, doordat je innerlijke reacties onbewust een rol gaan spelen in wat je inbrengt. Voor de cliënt kan dit verwarrend zijn, omdat niet langer duidelijk is wat voortkomt uit het eigen proces en wat voortkomt uit jouw reactie. Tegelijkertijd neemt ook je waarnemingsvermogen af, in die zin dat je de cliënt minder vrij en onbevangen kunt zien als de persoon die hij of zij in essentie is, maar mede waarneemt vanuit je eigen innerlijke bewegingen.

Jouw innerlijke werk als coach

Omdat overdracht en tegenoverdracht menselijke mechanismen zijn, is het als coach niet mogelijk om nooit in tegenoverdacht terecht te komen. Wanneer je merkt dat tegenoverdracht een rol begint te spelen, begint het innerlijke werk met het herkennen dat er iets in beweging is in je eigen innerlijk. Dat moment van bewustwording is vaak subtiel en niet altijd direct beschikbaar. Soms wordt pas achteraf duidelijk dat je reactie het contact mede heeft beïnvloed. In andere gevallen voel je het wel tijdens het gesprek, maar is het niet eenvoudig om je innerlijke staat direct te veranderen.

In het moment zelf vraagt dit om een zekere mate van innerlijke vertraging. Niet door het proces stil te leggen, maar door contact te maken met je eigen ervaring: opmerken wat er in je geraakt wordt, zonder daar direct naar te handelen. Alleen al dat erkennen kan voldoende zijn om ruimte te creëren. Die ruimte maakt het mogelijk om weer meer aanwezig te worden bij de cliënt, ook al blijft er intern iets in beweging. Coaching presence is in die zin niet een toestand van volledige rust of afwezigheid van innerlijke reacties, maar het vermogen om beschikbaar te blijven ondanks wat er in jezelf gebeurt.

Wanneer het niet lukt om deze ruimte in het moment te herstellen, betekent dit niet dat het proces verloren is. Ook dan kan het zinvol zijn om zo goed mogelijk aanwezig te blijven en waar nodig terug te schakelen naar eenvoudiger vormen van begeleiden: luisteren, samenvatten, vertragen. Het bewustzijn dat er iets in jezelf meebeweegt, ook al kun je het niet volledig reguleren, maakt dat je minder automatisch handelt en later kunt terugkijken met meer inzicht.

Wanneer achteraf duidelijk wordt dat tegenoverdracht een rol heeft gespeeld, ontstaat er een andere vorm van leren. Door op het gesprek en de dynamiek met de cliënt te reflecteren en te onderzoeken wat er in jezelf werd geraakt, wordt zichtbaar welke patronen en thema’s in je eigen innerlijk een rol spelen. Dit kan helpen om in toekomstige gesprekken eerder te herkennen wanneer een vergelijkbare reactie opkomt. Op die manier wordt het werken met tegenoverdracht geen kwestie van het volledig beheersen van je innerlijk, maar van het ontwikkelen van een steeds verfijnder waarnemingsvermogen en een groter vermogen om aanwezig te blijven, zowel tijdens als na het gesprek.

Waar vakmanschap begint

Het werken met overdracht en tegenoverdracht vraagt niet om het vermijden van deze dynamieken, maar om het leren herkennen wanneer ze zich bij jou voordoen. Overdracht en tegenoverdracht zijn geen uitzonderingen binnen coaching, maar maken onlosmakelijk deel uit van elk relationeel contact. Juist omdat het menselijke mechanismen zijn, zijn ze universeel aanwezig in betekenisvolle interacties, en dus ook in de coachrelatie. De vraag is daarom niet hoe je kunt voorkomen dat tegenoverdracht optreedt, maar hoe je leert herkennen wanneer dit bij jou gebeurt en hoe je daar bewust mee omgaat.

Tegenoverdracht is geen tekortkoming, maar een ingang tot ontwikkeling. Momenten waarin je geraakt wordt, laten zien waar eigen thema’s, gevoeligheden en patronen actief zijn. Door deze momenten niet te vermijden, maar te onderzoeken, ontstaat er meer inzicht in je eigen innerlijke dynamiek en de manier waarop deze doorwerkt in het contact met de cliënt. Dit maakt het mogelijk om als coach met meer bewustzijn en vrijheid te handelen en jezelf en je eigen binnenwereld steeds diepgaander te leren kennen.

Vakmanschap in coaching ligt daarmee niet in methodisch werken of het toepassen van technieken, maar in de mate waarin je je eigen innerlijke wereld kent en kunt verdragen in het contact met de ander. Juist dat zelfinzicht vormt de basis om niet onbewust gestuurd te worden door persoonlijke reacties, maar om deze bewust te kunnen hanteren. In die voortdurende ontwikkeling ontstaat de ruimte om de cliënt met meer helderheid, aanwezigheid en precisie te begeleiden, terwijl je zelf blijft leren van het contact dat in elke ontmoeting opnieuw vorm krijgt.

Sonja

Return to top of page